Wij geloven

Wat christenen geloven wordt al sinds de vroege kerk samengevat in de Apostolische Geloofsbelijdenis:

Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde.
En in Jezus Christus Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere;
Die ontvangen is van de Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel;
op de derde dag weer opgestaan uit de dood;
opgevaren naar de hemel, zittend aan de rechterhand van God de almachtige Vader;
vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heiligen Geest.
Ik geloof één heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap van de heiligen;
vergeving van de zonden;
wederopstanding van het lichaam;
en een eeuwig leven.

God de Vader, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde

Wij geloven dat God alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Hij heeft het heelal en het leven op aarde gemaakt. God laat zich in de Bijbel aanspreken als Vader. Daaruit blijkt Gods liefde en trouw voor mensen. Hij heeft niet alleen alles gemaakt, maar zorgt ook nog steeds voor Zijn schepping. Jezus zei:

“Worden niet twee musjes om een penninkje (= muntsoort) verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader.”

Mattheüs 10:29

Dat lijkt in schril contrast te staan met wat je om je heen ziet. De ellende die mensen elkaar aandoen en de vernietigende kracht van natuurrampen zijn ontluisterend. Hoe kan het, vragen veel mensen zich af, dat God liefde is en ook almachtig, als er tegelijk zoveel ellende is? De oorzaak van onrecht ligt bij de zonde van mensen, wat zij elkaar aandoen. De oorzaak dat er ziekte, dood, rampen e.d. in de wereld gekomen zijn, is dat door de zonde de schepping die God gemaakt heeft in de kern verwoest is. Toch heeft God vanuit Zijn vaderlijke zorg de wereld niet aan haar lot overgelaten. De Heidelbergse Catechismus schrijft hierover:

“… dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, ja alle dingen ons niet bij toeval, maar uit Zijn Vaderlijke hand toekomen.”

Heidelbergse Catechismus Zondag 10

De Bijbel leert ons dat God onze eeuwige redding op het oog heeft. God weet als onze Schepper en Vader wat het beste voor ons is. En dat is niet altijd voorspoed en vrede. Vanuit de Bijbel leren we dat juist ten tijde van tegenspoed God altijd het goede met ons voor heeft.

Jezus, Gods Zoon: de Redde

De Bijbel leert ons over Gods diepste verlangen:

“… dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen. Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelf gegeven heeft tot een rantsoen (= losgeld) voor allen …”

1 Timotheüs 2:4-6a

Hoe zit dat? Er is verzoening nodig tussen God en de mensen. Het is onze zondige aard die scheiding heeft gemaakt. Jezus: Zijn naam betekent letterlijk “redder” of “verlosser”. Hij werd mens om zondige mensen met God te verzoenen. Daarom staat in de geloofsbelijdenis dat wij geloven in de vergeving van de zonden. Over de reden van Zijn menswording zei Jezus zelf:

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe.”

Johannes 3:16

De Heilige Geest: de Levendmaker

God openbaart zich in de Bijbel als een drie-enig God. Drie personen, één God. Hierboven werden al de persoon van de Vader en de Zoon genoemd. De derde persoon van de goddelijke drie-enigheid is de Heilige Geest. Hij is het die levend maakt. De Bijbel zegt dat wij door de zonde geestelijk dood zijn en niet begrijpen Wie God is. De Heilige Geest  opent de ogen zodat we God leren kennen en zien wie Jezus is. Toen Jezus nog op aarde was beloofde Hij Zijn discipelen dat na Zijn hemelvaart de Heilige Geest in hun hart zou komen:

“Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.”

Johannes 14:26

En zo is het ook gebeurd toen op het Pinksterfeest de Heilige Geest uitgestort werd op de volgelingen van Jezus.

De kerk en de gemeenschap van gelovigen

Als we zeggen dat we geloven in “één heilige, algemene Christelijke Kerk” dan bedoelen we daarmee dat we één kerk vormen samen met alle christenen wereldwijd die belijden dat Jezus “de Christus, de Zoon van de levende God” is (Mattheus 16:16). Vlak voor Jezus stierf bad Hij voor de kerk:

“Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld zal geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.”

Johannes 17:20-21

Je kunt terecht zeggen dat er veel mis is met de kerk. Denk maar aan de vele kerkgenootschappen die er in Nederland zijn. Wat een verantwoordelijkheid ligt er bij ons en onze voorvaderen dat we niet in staat zijn geweest om als kerk van Jezus Christus één te zijn. Wij belijden onze schuld tegenover God en de wereld. Maar ondanks de versnippering mogen wij ons tegelijk ook verheugen in het samen kerk zijn. We mogen in de kern van het belijden van de kerk een hartelijke gemeenschap ervaren met andere gelovigen. Want we zijn kinderen van dezelfde Vader.

Vergeving van de zonden

Als iemand van God afdwaalt, dan mogen we hiervan verzekerd zijn: het is de diepste wens van de Vader om diegene weer in huis te ontvangen, alles te vergeven, en feest te vieren om zijn of haar behoud. Lees maar eens het verhaal over de verloren zoon in Lukas 15. Jezus vertelde dit verhaal om duidelijk te maken hoe God om wil gaan met mensen die door hun zondige leven alles verprutst hebben. Denk je aan God als een strenge rechter die de zonde zal straffen? Let dan maar eens op hoe de Vader in het verhaal op de terugkerende zoon reageert. Zeker, God neemt de zonde serieus. Het was niet voor niets dat Jezus aan het kruis moest sterven. En, Jezus zal komen “om te oordelen de levenden en de doden”. Maar wie oprecht zijn hoop vestigt op de barmhartigheid van God en het verlossingswerk van Jezus, die zal een Vader ontmoeten Die wil “eten en vrolijk zijn. Want deze mijn zoon was dood en is weer levend geworden; hij was verloren, en is gevonden!” (Johannes 15:23-24).

Wederopstanding van het lichaam en een eeuwig leven

Wij geloven dat de Heere Jezus de dood heeft overwonnen en naar de hemel is opgevaren. Op dezelfde manier zal Hij terugkomen. Dan zullen de lichamen van alle mensen die gestorven zijn weer levend worden. Dan zal Jezus oordelen over hen die het rijke Evangelie geloofd hebben en over hen die dat Evangelie hebben afgewezen. Zij die geloofd hebben zullen met Hem op een nieuwe aarde wonen. Hierover schrijft Paulus in 1 Thessalonicensen 4:14-18:

“Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, zo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. […] Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de aardsengelen, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen samen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.”

Veel christenen ervaren een sterk verlangen naar die dag. Vanaf die dag geldt: “God zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt (= gehuil), noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan. En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.” (Openbaring 21:3-5).

Wil je hierover doorpraten?

Als je over het geloof wilt doorpraten, ben je van harte welkom voor een gesprek met onze predikant of met een van de wijkouderlingen. Neem daarvoor contact op met de predikant of de scriba. Ook kan de Bijbelcursus ‘Ontmoetingen’ gevolgd worden. Dit is een basiscursus voor mensen die willen kennismaken met de Bijbel.